Uw eigen levensboek

Zomaar, een impressie van de start van een mooi proces van vertellen en schrijven, verteld door Jan van den Berg, schrijver van Levensboeken. Ook iets voor u? Onderaan leest u wat u dan moet doen. Maar eerst…

Snuffelen

“Goedemorgen mevrouw, daar ben ik dan! Wat een mooie voortuin, houdt u die zelf nog bij?”

Daar sta ik, bij een seniorenwoning, terwijl ik wijs naar haar mooie bloemen, gewapend met een mapje en een pen. Meer is niet nodig. Hoewel, ik heb ook mijn ogen en oren meegenomen, óók van belang bij het werk dat ik mag doen.

Waar de zware voordeur eerst nog een beetje voorzichtig op een kier stond, zwaait die nu wagenwijd open. “O, wat leuk, fijn dat u er bent. Kom binnen. Nee, die tuin die láát ik doen hoor, dat gaat echt niet meer.” Ze loopt met een stok, niet meer zo piep, en ze gaat me voor. “Gaat u daar maar zitten, dan neem ik zo meteen mijn eigen stoel, dan kunnen we elkaar goed zien. Maar, wat wilt u drinken?” Een hartelijke ontvangst en ik bedenk: ‘Dit kon weleens heel leuk worden…’

Ze gaat er eens echt voor zitten en voor ik het goed en wel in de gaten heb is haar luxe seniorenstoel veranderd in een praatstoel. Als er even een kleine pauze valt, maak ik daar dankbaar gebruik van. “Ja, u bent nu al aardig op dreef, maar weet u wat ik vandaag eigenlijk alleen maar kom doen? Kennismaken. Ik kom snuffelen, kijken of wij het gaan uithouden met elkaar.” “Snuffelen, ja, een soort van verkennen, dat deden de mannen vroeger ook, maar ja, ik ben nu 84, en dan toch nog snuffelen?” Ze moet er zelf om lachen. Ik ook. Voor zover er al sprake was van ijs, dan is dat nu wel gebroken.

“Vertel eens, u wilt graag een boek maken over uw leven. Waarom?” “Ach meneer, of zal ik maar gewoon Jan zeggen? Dat zal ik je vertellen. Ik loop al veel langer met dat idee en ik ben ook al eens zelf gaan schrijven. Ik ben nu 84, of had ik dat al gezegd, en het lijkt me zo leuk als mijn kleinkinderen, ik heb er zeven, weten van mijn jeugd. En van de verschillen tussen toen en nu. Hoe ik verkering kreeg met Geurt, hun opa en waar we gewoond hebben. Het zou zo maar kunnen dat hun ouders ook nog dingen gaan horen die ze helemaal niet wisten. Nee, misschien vinden de jongelui het nu nog verhalen van niks, maar ik weet zeker, als ze ouder worden en zelf kleinkinderen krijgen…  Nou, en verder vind ik het ook leuk dat jij dan bij mij op bezoek komt, doen we een bakkie en ik kan mooi mijn verhalen vertellen. Alleen dát is al leuk. En ja, ik vertel graag, maar dat was je allang opgevallen natuurlijk…”

“Heeft u ook foto’s van vroeger? Of andere documenten? Die kunnen in het boek, hoor. Of brieven, of diploma’s. Nee, het moet geen fotoboek worden, maar het is natuurlijk leuk om de tekst wat op te fleuren.” Voor ik het weet liggen er fotoalbums op tafel. “Kijk, toen waren we…” Ik besef dat wij een andere definitie hebben van snuffelen, hoewel dit natuurlijk een veelbetekenend voorafje is van wat een mooi traject zal gaan worden.

Ik kijk om me heen. Ik zie mooie schilderijen aan de muur. “Van u zelf?” Ze knikt vol trots. “Jammer dat het nu niet meer gaat, mijn handen, hè…. Maar wat zou ik graag nog een keer schilderen.” “En dat, is dat uw man?” “Ja, dat is Geurt”, zegt ze vol trots. “Nou ja, dat wás Geurt, hij is tien jaar geleden gestorven. Ik denk nog elke dag aan hem. Wat denk je, zou Geurt een mooi plekje in het boek kunnen krijgen? Want dat verdient ie wel hoor!” Ik beloof haar plechtig dat ik mijn best ga doen om dat voor elkaar te krijgen, per slot van rekening is zij de baas over de inhoud van haar eigen boek.

Ik vertel haar nog het een en ander, over hoe het boek gemaakt wordt en dat het fijn is als we niet gestoord worden tijdens het vertellen en dat wat ze vertelt nooit openbaar gemaakt wordt. Dat ze er rekening mee moet houden dat er ook bij haar dingen bovenkomen die ze misschien al jaren weggestopt heeft en dat het niet de eerste keer zou zijn dat ik als schrijver tegenover een bedroefde verteller zit. Ze knikt, ze begrijpt. Een nog heldere dame met een uniek  verhaal. Een verhaal dat het waard is om verteld en opgeschreven te worden. En dat mag ík gaan doen. Even meelopen in het leven van iemand anders. Een hele eer, elke keer weer.

“Ik ben uitgesnuffeld. U ook?” “Ja, wat gaat die tijd snel hè? Wat denk je, gaan we met elkaar in zee?” Dat doen we en we popelen allebei om eraan te beginnen; het maken van een boek. Een Levensboek. We maken concrete afspraken, de agenda’s worden ingevuld.

“Nou, bedankt voor de ontvangst, hoor. Ik vond het gezellig.” “Ik ook. Tot volgende week woensdag. Ik zorg dat de koffie klaar staat.” Ik kijk er nu al naar uit. Onderweg naar huis bedenk ik dat ik met deze ontmoeting een mooi verhaal in handen heb waarmee ik haar boek zou kunnen beginnen. Snuffelen, met als resultaat een aanzet voor een boek. 


Nieuwsgierig geworden? Meer weten? Bel naar 06 299 04 835 en u krijgt Jan van den Berg aan de lijn. U kunt ook mailen: j.berg.13@kpnmail.nl

Jan is de schrijver en samen met zijn vrouw en vormgever Joke maken zij uw Levensboek. Hun inzet is helemaal gratis, alleen de  kosten van het drukken van het boek zijn voor uw rekening en u betaalt een eenmalige administratieve bijdrage van € 35,-.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *